![]() |
GSO wij zijn er klaar voor u ook ?
Deze systemen worden toegepast op o.a. - campings - conferentiecentra - hotels - woongroepen - appartementencomplexen - bedrijven - bejaardencentra en verzorgingshuizen. mogelijkheden die de satelliet inmiddels heeft te bieden, is een standaardinfrastructuur voor satellietontvangst een onontbeerlijke voorziening voor moderne, future proof woningen of gebouwen. In gewoon Nederlands noemen we dit concept Gereed voor Satelliet Ontvangst, of kortweg GSO. bovendien bij flat- en appartementengebouwen dat bewoners zélf schotelantennes gaan installeren. Bij GSO-installaties in gebouwen met meerdere wooneenheden volstaat namelijk één gemeenschappelijke schotelantenne, die onopvallend op het dak wordt geinstalleerd. | |||
| |||
Deze tekst geeft u inzicht in de belangrijkste technische aspecten van GSO-installaties.
|
|
|
Het GSO-concept: slechts één schotel voor meerdere aansluitpunten voor satellietontvanger en/of pc. Desgewenst kan het kabel- of aardse signaal worden geïntegreerd. |
|
|
| uitgang | band | polarisatie |
| 1 | hoog | horizontaal |
| 2 | hoog | verticaal |
| 3 | laag | horizontaal |
| 4 | laag | verticaal |
Om de volledige frequentieband van het ASTRA Satellietsysteem (10,70 - 12,75 GHz) in een GSO-netwerk te kunnen ontvangen, is een Universele Quatro LNB nodig. Deze heeft vier uitgangen, waarmee tegelijkertijd zowel beide polarisaties als frequentiebanden worden doorgegeven (zie tabel).
De Quatro LNB geeft de satellietsignalen vervolgens door via (gecascadeerde) multischakelaars, verbonden via een vierkabelige backbone.
Om de beschikbaarheid van de satellietsignalen te verhogen en ter compensatie van ruis die ontstaat in de versterkers van de multischakelaars, beveelt ASTRA aan een wat grotere schotel te gebruiken dan normaal is voor DTH-ontvangst.
Er worden multischakelaars aangeboden met verschillende features. De keuze voor een bepaald type hangt af van het aantal te verdelen kanalen én het aantal gewenste aansluitingen op het GSO-netwerk. De verschillende features zijn:
Sommige multischakelaarsystemen bestaan uit een basis-unit met een versterker, waar de sterkte van de binnenkomende signalen op één gelijk niveau kan worden gebracht. De grote keuze aan multischakelaars in verschillende uitvoeringen maakt het mogelijk om met deze verdeeltechniek vier tot vierhonderd aansluitingen te verzorgen. Een zorgvuldige planning en berekening van grotere verdeelsystemen is uiteraard vanzelfsprekend.
De huidige en toekomstige beschikbare programma's en diensten van het ASTRA Satellietsysteem op 19,2° Oost kunnen worden doorgegeven door een vierkabelig multischakelaar distributiesysteem. Door gebruik te maken van de 14/18V en 22kHz switching criteria, kan de consument kiezen uit beide polarisaties en banden uit een totaal van 4800 MHz bandwijdte.
Ook bestaat de mogelijkheid om kabelontvangst en aardse ontvangst in het systeem te integreren. Hiervoor dienen multischakelaars te worden gebruikt met een extra ingang.
er zijn twee basisontwerpen voor distributiesystemen: Backbone en Star.
|
Backbone-Netwerk |
![]() |
| Sternetwerk Bij een sternetwerk lopen kabels van de multischakelaar (of een aantal gecascadeerde multischakelaars) naar de verschillende huishoudens. Het multischakelaar kopstation wordt doorgaans geplaatst op een centrale plaats, zoals een zolder of onder een trap, bij voorkeur in een afgesloten kast. Bij het ontwerp van het systeem moet met een nieuw aspect rekening worden gehouden: de beschikbaarheid van een retourpad voor interactieve diensten zoals pay-per-view en internet via de satelliet. Op dit moment dient de huidige telefoonlijn als retourpad. Een telefoonaansluiting zou dus dicht in de buurt van de satellietaansluiting moeten zitten. |
![]() |
Programma's van andere satellieten kunnen gemakkelijk worden toegevoegd aan het ruime boeket van het ASTRA Satellietsysteem door het gebruik van IF-conversie. Met een IF-converter kan een keuze worden gemaakt uit enkele transponderfrequenties op de andere satellieten, die zo worden omgezet dat ze naast elkaar komen te liggen en aldus een blok vormen.
Nadat in de Lage ASTRA Band (horizontale polarisatie) een gedeelte door middel van een bandfilter is vrijgemaakt, kan daar het nieuwe frequentieblok in worden 'gemultiplext' met de nog aanwezige signalen. Vervolgens worden deze signalen aan de juiste ingang van de multischakelaar gekoppeld. De keus van het frequentiebereik, dat door middel van een bandfilter wordt vrijgemaakt, dient zorgvuldig te gebeuren, zodat geen belangrijke ASTRA-programma's verloren gaan.
Bij de planning van IF-conversie moet rekening worden gehouden met het feit, dat de omgezette analoge frequenties opnieuw in de ontvanger moeten worden geprogrammeerd.
Bij een klein multischakelaar-distributiesysteem met een beperkt aantal huishoudens, wordt IF-conversie een kostbare zaak. Een achtkabelige oplossing is dan een alternatief, waarbij een multischakelaar met acht ingangen moet worden gebruikt. De eerste vier ingangen (voor satelliet A) van de multischakelaar worden gebruikt voor de twee polarisaties en banden voor het ASTRA Satellietsysteem.
De resterende vier ingangen kunnen worden gebruikt voor de doorgifte van andere satellieten - met een maximum van vier banden of polarisaties. Voordat een achtkabelig multischakelaarsysteem wordt gepland, moet worden gecontroleerd of de ontvangers voldoen aan de benodigde switch-criteria om de signalen te selecteren van de multischakelaar-ingangen en dat de ontvangers ook zodanig kunnen worden geprogrammeerd.
Bij sommige huizen waar al een kabel ligt, is het niet mogelijk gebruik te maken van een backbone of sternetwerk. Meestal is de kabel aangelegd volgens een boomstructuur, die van woning naar woning 'doorlust'. Als tijdelijke oplossing, tot het huis gerenoveerd wordt, zou deze kunnen worden gebruikt voor de doorgifte van een aantal ASTRA-transponderfrequenties en zonodig van andere satellieten. De totale capaciteit van een éénkabelig systeem is slechts 1200 MHz. Het systeem kan dan maximaal 25 transponders doorgeven en niet worden uitgebreid.
Voordat een dergelijk conversiesysteem wordt geïnstalleerd, moet worden gecontroleerd of de digitale ontvanger kan omgaan met de veranderde transponderfrequenties.